Als het weerlicht

Als het weerlicht

Over de roman...

Turnhout,mei 1940. De moeder van de 7-jarige Hermina beslist om te vluchten naar Frankrijk met de vrouwen en kinderen van de familie; de mannen zijn gemobiliseerd.
Vanaf dat moment neemt het leven van het kleine meisje een onvoorziene maar definitieve wending, want “een oorlog vergeet je nooit”.
We volgen Hermina (Mien) van haar 7de tot haar 17de, dus ook nog in de na-oorlogse jaren waarin de vrachtwagen van haar vader haar belangrijkste leerschool wordt.
Een verhaal over de gruwel en absurditeit van oorlog en hoe een mensenleven er door wordt bepaald, tevens een verhaal over een zeer hechte vader-dochterband.
Riet Vanloo slaagt er telkens weer in om van een “gewoon verhaal” een beklijvende roman te maken. Pure vertelkunst.


Bestel het boek hier!



Laat ons dan maar verhongeren, zegt moeke.

VoorpublicatiePosted by Scriptomanen Fri, July 28, 2017 14:41:32


Als we met de geïmproviseerde aanhangwagen van nonkel Sooi de hoek om dobberen, zie ik vake al van verre staan. Hij wuift. Mijn hart bonst en tranen wellen op. Mijn vake!

Hij pakt me stevig onder de oksels en tilt me uit de wagen.

‘Verdorie, gij zijt zwaar geworden!’ grapt hij. Ik kan alleen maar huilen. Van geluk, van ellende, van alles tegelijk.

‘Kamiel! Ziet eens! Ze zijn allemaal teruggekomen!’

‘Is onzen Hendrik er niet?’ vraagt moeke.

Vake kijkt vragend naar nonkel Sooi en haalt zijn schouders op.

‘Hij woont nu in ’t Klein Kasteeltje en voor zover ik weet zijn ze op patrouille. Ik heb hem al lang niet meer gezien’, zegt hij quasi achteloos. ‘Kom maar binnen. Ge zult wel honger hebben!’

Het is weer wennen, ook aan mijn eigen bed. Ik lig te turen in het grijze donker van de avond en frunzel aan de gehaakte sprei uit Estipouy. ‘Neem hem maar mee’, had de kasteelheer met een knipoog gezegd en ik had het zonder aarzelen gedaan.

Ik wil niet inslapen, ik ben bang. Bang dat ik ook de droom heb meegebracht. Bang voor de schreeuw, voor natte lakens. Amper een paar uur later zit moeke op de rand van mijn bed, wiegt me in haar armen ‘Stil maar, Mieneke, stil maar, ’t is niets…’ en dan pakt ze verse lakens uit de kast.

‘Zit er iemand op zolder, moeke? Ik hoor precies iets.’

‘’t Is vake. Hij luistert naar de radio.’

Dagelijks luisterde onze va op zijn zolder om middernacht met het radiotoestel aan zijn rechteroor naar “Radio België”, de verboden en door de Duitsers fel verstoorde Engelse zender, om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen. Nu had hij ons moe en zijn gezin terug en hoewel zij naast haar huistaak ook de initiatiefneemster, de organisatrice van zijn afspraken en ritten en zijn persoonlijke accountant was, zag ze zijn inkomen naar nul dalen, want hun opdrachtgevers konden niet meer aan grondstoffen geraken. Anderzijds probeerde hij zijn vrachtwagen zoveel als mogelijk voor de Duitsers verborgen te houden in zijn loods achteraan het huis, nadat hij had vernomen dat een collega elke dag voor de Duitsers moest rijden en hij was als de dood om als “zwarte” aangezien te worden.

‘Op Estère kunnen we niet meer rekenen’, zegt moeke op een middag aan tafel. ‘De moffen hebben haar verplicht om voor hen te werken. Ze mag alleen nog maar soldatenuniformen maken. Haar naaimachine staat niet meer stil.’

‘Verplicht, verplicht…’, bromt vake. ‘Ze had ook nee kunnen zeggen.’

‘Dat denk ik niet, Klaas. Dat denk ik écht niet. En daarbij… op deze manier kan ze tenminste een goeie cent verdienen, er is zo al armoe genoeg.’

Vake blijft brommen, maar moeke zegt vastberaden:

‘En wij ook, Klaas. Wij moeten het geld halen waar het te halen valt. Denk eens efkes goed na: wie heeft er nu camions nodig, en waarvoor? Zeker de Duitsers, voor de bevoorrading van hun troepen en voor het opruimen van al het puin dat ze maken met hun bommen. Kapotte inboedels en steenbrokken zat, overal. Wij kunnen die opladen en wegbrengen. En wie weet welke voordelen daar nog aan vasthangen.’

‘Over mijn lijk. Ik wérk niet voor die mannen, Marie, en gij weet dat maar al te goed!’

‘Laat ons dan maar verhongeren!’ roept moeke uit. Ze gooit haar vork in haar bord, vliegt naar de deur, slaat ze met een klap achter zich dicht en stormt de trap op. We kijken bangelijk naar mekaar. Tot aan het avondeten zien we haar niet meer.

September 1941. Het leven in de stad mocht dan wel stabiel lijken, het was er niet beter op geworden. Duitse soldaten lagen ingekwartierd in aangeslagen huizen, scholen en kloosters en overheersten het straatbeeld. We hoorden de gelederen van verre aanmarcheren. De discipline die het perfect ritmische gedreun van de zwarte laarzen uitstraalde, hing voelbaar tussen de gevels en sommige officieren lieten niet na om een soldaat die niet perfect in het gelid liep, vóór onze ogen met schreeuwende stem en brute hand uit de rij te halen. Ik liep dan gauw naar binnen. Op zondag, als er na de mis veel volk op de markt was, moest het slachtoffer dan exerceren tot vermaak van de aanwezigen, met een zware rugzak op de rug: vallen, opstaan, vallen, opstaan… wel twintig keer de hele markt rond, tot hij er uiteindelijk met bebloede knieën bij neerviel, maar niemand mocht medelijden tonen. Bomma Net had het er moeilijk mee en hoewel Kamiel bang was van die marcherende uniformen, stond hij er soms in zijn deurgat met open mond en vol bewondering naar te kijken. Ja, die Duitsers waren tot in de toppen van hun tenen gedrild. Onze eigen jongens konden daar nog een puntje aan zuigen, vond hij. Zeker die Hendrik van hiernaast.



Voorintekening

Voorstelling 21/09/2017Posted by Scriptomanen Mon, July 10, 2017 12:01:10


Wij reserveren een gesigneerd exemplaar voor u aan het voordeeltarief van 18 euro:

* indien u het boek ophaalt tijdens de voorstelling, op 21 september 2017 om 18.30 uurin 'T KAFFEE van Woonzorgcentrum DE WENDING, Albert Van Dyckstraat 18, Turnhout.

* indien u het boek ophaalt bij de auteur, na afspraak.

U betaalt 23 euro indien u het boek gesigneerd en wel wil toegestuurd krijgen via de post.

Als het weerlicht zal ook verkrijgbaar zijn in de boekhandel vanaf 21 september 2017 aan 20 euro.

Voorintekenen kan tot en met 31 augustus 2017, door een mailtje te sturen naar rietvanloo@inter-actief.be (vergeet ons ook uw naam en voornaam, adres en telefoon niet mee te delen) en storting van 18 of 23 euro op dit rekeningnummer, met vermelding "Als het weerlicht":

Uitgeverij vzw de Scriptomanen

BE 43 0016 9362 0101

BIC GEBABEBB

Meerdere exemplaren bestellen kan uiteraard ook.

Alvast bedankt en tot binnenkort!

Patrick Bernauw (uitgever) & Riet Vanloo



PROGRAMMA BOEKVOORSTELLING

Op 21 september:

- zal Schepen van Patrimonium Turnhout Marc Boogers ons naar aanleiding van deze uitgave toespreken,
- zal collega-auteur Brigitte Van Aken een paar passages uit mijn roman voorlezen,
- zal uitgever Patrick Bernauw nog enige toelichting geven
- zullen de gekochte exemplaren gesigneerd worden
en zal An Willems het geheel opfleuren met prachtige accordeonmuziek!


Hartelijk welkom!



Cover met foto van Rob Koop

VoorpublicatiePosted by Scriptomanen Mon, July 10, 2017 11:58:22


Op grote voet

VoorpublicatiePosted by Scriptomanen Mon, July 10, 2017 11:50:37

Vake kijkt me aan, wil nog iets zeggen maar zwijgt en rijdt verder.

‘Hoort ge dat, Mieneke?’ vraagt hij plots, bijna fluisterend. Ik luister gespannen.

‘Neen, ik hoor niets speciaals. Wat moet ik horen, Vôtje?’

‘Onze motor. ’t Is een stille. Hij draait precies op boter.’

‘Ja, nu hoor ik het ook.’ Vake glimlacht.

‘Als ge rijdt, moet ge altijd naar uwe motor luisteren. Hij vertelt u alles wat ge als chauffeur moet weten. Onthoudt ge dat, Lievekin?’

Ik knik overtuigend.

‘Het vlakke land ligt nu achter ons. Hier komen de eerste heuvels van de Ardennen.’

De wegen gaan omhoog en omlaag en worden witter. We rijden dwars door sparrenbossen.

‘Nu rem je op je motor, hé Vôtje?’

Vake heeft een gouden tand rechts boven en die blinkt als hij lacht.

‘Straks wordt het lastiger, Lievekin. Dan zijn we zwaar geladen.’

‘Maar gij kunt goed rijden, hé Vôtje?’

Daar is die tand weer. Ik vind hem mooi. Ik wil later ook zo’n gouden tand.

We stoppen tussen twee bergen opeengestapelde boomstammen en stappen uit in de sneeuw. Nu staan we onder een grote kraan.

‘Kom’, zegt vake. ‘Eerst naar het bureau in de loods om mijn papieren van Foresco af te geven.’

Zijn grote zolen maken voeten in de sneeuw en ik stap er telkens in. Mijn benen zijn al bijna zo lang als die van vake, mijn schoenen gelukkig kleiner. Ik heb nu al maat 39, de grootste voeten van de klas en dat vind ik niet fijn; zelfs de juf heeft maar een maatje 37.



Het feest gaat niet door

VoorpublicatiePosted by Scriptomanen Mon, July 10, 2017 11:47:50


Ik word wakker door gestommel beneden aan de trap, sluip op blote voeten naar de overloop en steek mijn hoofd tussen de spijlen. Ik zie moeke met een zak aardappelen sleuren en die bij de voordeur zetten. Er staat ook al een grote koffer met daarop onze jassen en dikke dekens. Ze kijkt op en ziet me.

‘Ga u een beetje wassen, Mien,’ zegt ze. ‘En dan moogt ge uw communiekleren aantrekken’.

‘Waarom?’

‘Het feest gaat niet door en het is zonde om dat schoon kleedje te verkreukelen in de koffer.’

‘Waarom, moeke?’ Mijn keel doet zeer.

‘Omdat we nu vertrekken en geen gezeur!’

‘En mijn kroontje?’

‘Laat dat maar hier. Dat hebben we daar niet nodig. En haast u een beetje. Sjarel zal er zo zijn.’

‘En vake?’

‘Die is weg. Hendrik ook.’

‘Waar is vake?’ Ik krijg geen lucht meer.

Moeke loopt de woonkamer in en antwoordt niet. Een golf van verdriet overspoelt me. Ik tier en huil, ben ontroostbaar.

‘Geen gedoe, Hermina!’ roept moeke vanuit de keuken. Ze lijkt heel boos.

Snikkend stap ik in mijn zijden jurk. De parelmoeren knoopjes blijven open tot moeke even de tijd ziet om ze dicht te maken.

‘Waar gaan we nu naartoe?’ snik ik zachtjes.

‘Dat weet ik nog niet, Mien. Ik weet alleen dat we hier weg moeten.’